Handelingen die je vaker uitvoert in Excel, zoals formules of teksten, kun je automatiseren met een macro. Een macro vind je onder het tabblad ontwikkelaars. Deze maak je zichtbaar via Bestand, opties, Lint aanpassen en voeg ontwikkelaars toe.

Ga naar Ontwikkelaars en klik bij Programmacode op de knop Macro opnemen. Met deze knop neem je de handelingen die je uitvoert op. Vul nu de naam van de macro in zonder spaties. Ook kun je er een beschrijving en sneltoets aan koppelen. Wij raden het koppelen van een sneltoets af omdat het risico is dat bestaande sneltoetsen overschreven worden.

Geef de macro een naam en klik hierna op OK. Je keert automatisch terug naar het werkblad. Voer nu de handelingen uit die je op wilt nemen.

Als je zelf wilt bepalen in welke cel de opgenomen tekst wordt gezet, kies je voor Relatieve verwijzing.

Waar eerst Macro opnemen stond, staat nu een blauw vierkantje met de tekst Opname stoppen. Klik hierop en je macro is opgenomen.

Om een macro af te spelen moet je er uiteraard eerst een hebben opgenomen.

Selecteer de macro die je gaat afspelen door naar macro’s te gaan en klik op uitvoeren. Jouw macro wordt nu uitgevoerd zoals opgenomen.

Je kunt een macro opnemen met een absolute verwijzing, wat inhoud dat hij gerelateerd is aan vaste cellen zoals opgenomen in de macro. Bij een macro met relatieve verwijzing speelt de macro af vanaf de cel die geselecteerd is op het moment van afspelen.

Online tref je nu onze instructiefilms over macro’s opnemen en afspelen aan. Ook kun je, met behulp van ons oefenbestand, zelf oefenen met macro’s in Excel.